verbijsterde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bijs·ter·de

Werkwoord

vervoeging van
verbijsteren

verbijsterde

  1. enkelvoud verleden tijd van verbijsteren
    Ik verbijsterde.
    Jij verbijsterde.
    Hij, zij, het verbijsterde.

Bijvoeglijk naamwoord

verbijsterde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van verbijsterd