vandaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·daal
Woordherkomst en -opbouw
  • Genoemd naar de Vandalen, een Oost-Germaanse stam die in 455 n.Chr. Rome plunderde.
enkelvoud meervoud
naamwoord vandaal vandalen
verkleinwoord vandaaltje vandaaltjes

Zelfstandig naamwoord

vandaal o

  1. iemand die moedwillig eigendom van anderen beschadigt of anderszins schade aanricht
Opmerkingen
  • Niet met een hoofdletter gespeld volgens regel 16.C.
Afgeleide begrippen