trippen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trip·pen
Zelfstandig naamwoord
trippen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord trip
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| trippen |
tripte |
getript |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
trippen
- dol zijn op
- (onovergankelijk) met huppelende kleine pasjes of sprongetjes lopen
- (onovergankelijk) hallucineren door het gebruik van drugs