tarten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tar·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tarten
tartte
getart
zwak -t volledig

Werkwoord

tarten

  1. (overgankelijk) iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is
    Zij tartten de Verenigde Staten door toch een atoomwapen na te streven.