spuitje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] spuit·je
  • [2] spui·tje

Zelfstandig naamwoord

spuitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spuit
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spui