schampen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scham·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schampen
schampte
geschampt
zwak -t volledig

Werkwoord

schampen

  1. (overgankelijk) (vrijwel) stilstaand voorwerp rakelings treffen
    Een vrachtauto werd op die overweg geschampt door een voorbijrazende trein.
  2. (wederkerig) elkaar ~ als tegenliggers rakelings treffen
    De beide vrachtwagens schampten elkaar, maar de schade viel wonder boven wonder mee.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen