schampen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scham·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schampen |
schampte |
geschampt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
schampen
- (overgankelijk) (vrijwel) stilstaand voorwerp rakelings treffen
- Een vrachtauto werd op die overweg geschampt door een voorbijrazende trein.
- (wederkerig) elkaar ~ als tegenliggers rakelings treffen
- De beide vrachtwagens schampten elkaar, maar de schade viel wonder boven wonder mee.