schaapachtig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schaap·ach·tig
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | schaapachtig |
| verbogen | schaapachtige |
| partitief | schaapachtigs |
Bijvoeglijk naamwoord
schaapachtig
- letterlijk: op een schaap gelijkend
- Deze diersoort is eerder schaapachtig dan geitachtig te noemen.
- overdrachtelijk op naïeve wijze verrast, niet-begrijpend
- Er kwam alleen een wat schaapachtige reactie uit de overrompelde man.
Bijwoord
schaapachtig
- op naïeve wijze
- "Is dat echt waar?" vroeg hij schaapachtig.