schaapachtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaap·ach·tig
stellend
onverbogen schaapachtig
verbogen schaapachtige
partitief schaapachtigs

Bijvoeglijk naamwoord

schaapachtig

  1. letterlijk: op een schaap gelijkend
    Deze diersoort is eerder schaapachtig dan geitachtig te noemen.
  2. overdrachtelijk op naïeve wijze verrast, niet-begrijpend
    Er kwam alleen een wat schaapachtige reactie uit de overrompelde man.

Bijwoord

schaapachtig

  1. op naïeve wijze
    "Is dat echt waar?" vroeg hij schaapachtig.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen