satte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
  • IPA: /ˈsadə/
Woordafbreking
  • sat·te

Werkwoord

satte

  1. verleden tijd van sætte


Noors

Woordafbreking
  • sat·te
Naar frequentie 956

Bijvoeglijk naamwoord

satte, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van satt

satte, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van satt

Werkwoord

satte

  1. verleden tijd van sette
Afgeleide begrippen
  • satte inn
  • satte opp
  • satte seg inn