saluut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·luut
enkelvoud meervoud
naamwoord saluut -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

saluut o

  1. een militaire groet
    De militairen brachten een saluut.

Meer informatie