realo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·a·lo
Woordherkomst en -opbouw
- Afkorting van realist.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | realo | realo's |
| verkleinwoord | realootje | realootjes |
Zelfstandig naamwoord
realo m
- iemand van de politieke strekking die realistische strijdpunten tracht te realiseren, op basis van beschikbare cijfers en gekende feiten