overblijfsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·blijf·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord overblijfsel overblijfselen
overblijfsels
verkleinwoord overblijfseltje overblijfseltjes

Zelfstandig naamwoord

overblijfsel o

  1. datgene dat nog resteert
    Dit zijn de schamele overblijfselen van wat eens een glorierijke cultuur geweest moet zijn.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen