overblijfsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·blijf·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van overblijven met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overblijfsel | overblijfselen overblijfsels |
| verkleinwoord | overblijfseltje | overblijfseltjes |
Zelfstandig naamwoord
overblijfsel o
- datgene dat nog resteert
- Dit zijn de schamele overblijfselen van wat eens een glorierijke cultuur geweest moet zijn.