ontstond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɔnt.ˈstɔnt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɔnt.ˈstɔnt/
- (Limburg): /ɔnt.ˈstɔnd/
Woordafbreking
- ont·stond
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ontstaan |
ontstond
- enkelvoud verleden tijd van ontstaan
- Ik ontstond.
- Jij ontstond.
- Hij, zij, het ontstond.
- Ik ontstond.