nuance
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nu·an·ce
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nuance | nuancen, nuances |
| verkleinwoord | nuancetje | nuancetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een minimaal verschil
- fijn detail
- De basis begrijpen is makkelijk; de nuance appreciëren duurt jaren.
Afgeleide begrippen
- [1] betekenisnuance, kleurnuance
- [1], [2] nuanceverschil, nuanceren