nuance

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·an·ce
enkelvoud meervoud
naamwoord nuance nuancen, nuances
verkleinwoord nuancetje nuancetjes

Zelfstandig naamwoord

nuance v/m

  1. een minimaal verschil
  2. fijn detail
    De basis begrijpen is makkelijk; de nuance appreciëren duurt jaren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen