notuleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- no·tu·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| notuleren |
notuleerde |
genotuleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
notuleren
- (overgankelijk) de voortgang van een vergadering schriftelijk vastleggen
- Zijn opmerking was niet genotuleerd en daarop werd aanmerkingen gemaakt in de volgende vergadering.