notuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·tu·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
notuleren
notuleerde
genotuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

notuleren

  1. (overgankelijk) de voortgang van een vergadering schriftelijk vastleggen
    Zijn opmerking was niet genotuleerd en daarop werd aanmerkingen gemaakt in de volgende vergadering.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen