neiging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nei·ging
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van neigen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | neiging | neigingen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
neiging v
- het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen
- Hij heeft soms de neiging om weg te dromen.
- Ik heb zelf de neiging om voor het andere te kiezen.