neiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nei·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neiging neigingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neiging v

  1. het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen
    Hij heeft soms de neiging om weg te dromen.
    Ik heb zelf de neiging om voor het andere te kiezen.