meende
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- meen·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| menen |
meende
- enkelvoud verleden tijd van menen
- Ik meende.
- Jij meende.
- Hij, zij, het meende.
- Ik meende.