katoenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·toe·nen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | katoenen |
Bijvoeglijk naamwoord
katoenen
- van katoen vervaardigd
- Hij had een katoenen hemd aan.