kalibreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·li·bre·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kalibreren |
kalibreerde |
gekalibreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kalibreren
- (overgankelijk) van een kaliber voorzien
- (overgankelijk) een schaalverdeling ijken
- De weegschaal werd nauwkeurig gekalibreerd met behulp van een aantal ijkgewichten.