kalibreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·li·bre·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kalibreren
kalibreerde
gekalibreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

kalibreren

  1. (overgankelijk) van een kaliber voorzien
  2. (overgankelijk) een schaalverdeling ijken
    De weegschaal werd nauwkeurig gekalibreerd met behulp van een aantal ijkgewichten.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen