kaapten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaap·ten

Werkwoord

vervoeging van
kapen

kaapten

  1. meervoud verleden tijd van kapen
    Wij kaapten.
    Jullie kaapten.
    Zij kaapten.