jute

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·te
enkelvoud meervoud
naamwoord jute -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jute v/m

  1. de bastvezels van een soort van hennep waar bijvoorbeeld zakken van gemaakt worden
stellend
onverbogen jute
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

jute

  1. gemaakt van jute
    De jute zak bleek niet echt stevig te zijn.


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse jute.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  jute     -  

Zelfstandig naamwoord

jute

  1. jute
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: yute.