instigator
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·sti·ga·tor
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van instigeren met het achtervoegsel -ator
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | instigator | instigatoren instigators |
| verkleinwoord | instigatortje | instigatortjes |
Zelfstandig naamwoord
instigator m
- iemand die instigeert (aanzet geeft tot iets)
Verwante begrippen
- mannelijke vorm van instigatrice