inrichting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·rich·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inrichting inrichtingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inrichting v

  1. instituut voor ontspoorden
    De ontspoorde jongere belandde in een penitentiaire inrichting.
  2. de wijze waarop iets ingericht is, hoe dingen zijn neergezet in een ruimte, hoe ruimtes zijn verdeeld
    We hebben veel aandacht besteed aan de inrichting van de winkel.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen