hinnik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • hin·nik

Werkwoord

vervoeging van
hinniken

hinnik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hinniken
    Ik hinnik.
  2. gebiedende wijs van hinniken
    Hinnik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hinniken
    Hinnik je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen