haarnetje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haar·net·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | haarnetje | haarnetjes |
Zelfstandig naamwoord
haarnetje o dim. tant.
- een dun vlechtsel van draadjes waarmee lang haar bijeengehouden kan worden.
- Zij waren om veiligheidsredenen verplicht bij het werk een haarnetje te dragen.