grissen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gris·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grissen
griste
gegrist
zwak -t volledig

Werkwoord

grissen

  1. (inergatief) snel naar iets grijpen
    Er werd door velen gegrist naar de neerdwarrelende geldbiljetten.