grissen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gris·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| grissen |
griste |
gegrist |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
grissen
- (inergatief) snel naar iets grijpen
- Er werd door velen gegrist naar de neerdwarrelende geldbiljetten.