gorgelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gor·ge·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gorgelen |
gorgelde |
gegorgeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
gorgelen
- (inergatief) met de stembanden wat vloeistof in de keel doen wervelen
- Ik heb wat kamillethee gemaakt en ermee gegorgeld.