gorgelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gor·ge·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gorgelen
gorgelde
gegorgeld
zwak -d volledig

Werkwoord

gorgelen

  1. (inergatief) met de stembanden wat vloeistof in de keel doen wervelen
    Ik heb wat kamillethee gemaakt en ermee gegorgeld.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen