gewijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wijd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewijd
verbogen gewijde

Bijvoeglijk naamwoord

gewijd

  1. gezegend, geheiligd, waarover de zegen is uitgesproken
    Vroeger mochten ongedoopte kinderen niet in gewijde grond worden begraven.

Werkwoord

vervoeging van
wijden

gewijd

  1. voltooid deelwoord van wijden