frustreerde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frus·treer·de

Werkwoord

vervoeging van
frustreren

frustreerde

  1. enkelvoud verleden tijd van frustreren
    Ik frustreerde.
    Jij frustreerde.
    Hij, zij, het frustreerde.