für

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /fyːɐ̯/
Woordafbreking
  • für
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van Oudhoogduitse furi.

Voorzetsel

für (+ accusatief)

  1. voor
    «Ich habe ein Geschenk für dich.»
    Ik heb een geschenk voor jou.