envelop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ve·lop
enkelvoud meervoud
naamwoord envelop, enveloppe enveloppen
verkleinwoord envelopje, enveloppetje envelopjes, enveloppetjes

Zelfstandig naamwoord

envelop v/m

  1. een papieren omslag voor brieven
    Stuur deze bon in een ongefrankeerde envelop naar het volgende adres.

Meer informatie