elastiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

1 enkelvoud meervoud
naamwoord elastiek -
verkleinwoord - -
Uitspraak
Woordafbreking
  • elas·tiek
2 enkelvoud meervoud
naamwoord elastiek elastieken
verkleinwoord elastiekje elastiekjes

Zelfstandig naamwoord

elastiek o (gewestelijk: m)

  1. een rekbaar soort rubber
    Die stof is gemaakt van elastiek.
  2. een geweven band met een elastieken schering
    Haal die elastieken eens uit die doos.


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord elastiek elastieke

Zelfstandig naamwoord

elastiek

  1. elastiek
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen