discipel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·ci·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord discipel discipelen
verkleinwoord (discipeltje) (discipeltjes)

Zelfstandig naamwoord

discipel m

  1. (Bijbels) een leerling van een geestelijk leidsman
    Jezus verkreeg een aantal van zijn discipelen aan het meer van Tiberias.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen