diaspora

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·as·po·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diaspora -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

diaspora v / m [2]

  1. grootschalige verstrooiing of verspreiding van een volk over verschillende delen van de wereld
    de Armeense diaspora kwam flink op gang na de Armeense genocide in de Eerste Wereldoorlog
  2. het tussen andersdenkenden verstrooid worden van leden van een geloofsgemeenschap
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal