deining
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dei·ning
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van deinen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deining | deiningen |
| verkleinwoord | deininkje | deininkjes |
Zelfstandig naamwoord
deining v
- een golvende beweging.
- Er was een lichte deining op de kalme zee.
- een opschudding of beroering
- De protestactie gaf deining in de maatschappij.