censureer
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- cen·su·reer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| censureren |
censureer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van censureren
- Ik censureer.
- gebiedende wijs van censureren
- Censureer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van censureren
- Censureer je?