blaakten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blaak·ten

Werkwoord

vervoeging van
blaken

blaakten

  1. meervoud verleden tijd van blaken
    Wij blaakten.
    Jullie blaakten.
    Zij blaakten.