betoveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·to·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betoveren
betoverde
betoverd
zwak -d volledig

Werkwoord

betoveren

  1. (overgankelijk) onder de invloed van een magische handeling brengen
    De prinses werd betoverd door de lelijke heks.