besproeien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: besproeien (hulp, bestand)
- IPA: /bə'sprujə/
Woordafbreking
- be·sproei·en
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| besproeien |
besproeide |
besproeid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
besproeien
- (overgankelijk) natmaken met fijne druppels
- Hij besproeit de bloemetjes momenteel.