bedank

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dank

Werkwoord

vervoeging van
bedanken

bedank

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedanken
    Ik bedank.
  2. gebiedende wijs van bedanken
    Bedank!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedanken
    Bedank je?