analyseer
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ana·ly·seer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| analyseren |
analyseer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van analyseren
- Ik analyseer.
- gebiedende wijs van analyseren
- Analyseer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van analyseren
- Analyseer je?