achterdocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·docht
enkelvoud meervoud
naamwoord achterdocht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

achterdocht v

  1. twijfel aan de oprechte intentie
    Met enige achterdocht betaalden we de boete.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen