abstraheer
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ab·stra·heer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| abstraheren |
abstraheer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van abstraheren
- Ik abstraheer.
- gebiedende wijs van abstraheren
- Abstraheer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van abstraheren
- Abstraheer je?