abstraheer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·stra·heer

Werkwoord

vervoeging van
abstraheren

abstraheer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van abstraheren
    Ik abstraheer.
  2. gebiedende wijs van abstraheren
    Abstraheer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van abstraheren
    Abstraheer je?