aanbesterft

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·sterft

Werkwoord

vervoeging van
aanbesterven

aanbesterft

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbesterven
    • ... dat jij aanbesterft. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbesterven
    • ... dat hij aanbesterft. 

Gangbaarheid