gezamenlijke

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·za·men·lij·ke

Bijvoeglijk naamwoord

gezamenlijke

  1. verbogen vorm van de stellende trap van gezamenlijk
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen