behept

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hept
stellend
onverbogen behept
verbogen behepte

Bijvoeglijk naamwoord

behept

  1. ~ met: onderhevig aan een bepaalde, meestal onaangename eigenschap
    De met aanzienlijke arrogantie behepte politicus kreeg een fluitconcert in het sportstadium.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen