behept
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·hept
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | behept |
| verbogen | behepte |
Bijvoeglijk naamwoord
behept
- ~ met: onderhevig aan een bepaalde, meestal onaangename eigenschap
- De met aanzienlijke arrogantie behepte politicus kreeg een fluitconcert in het sportstadium.