Naar inhoud springen

zwoerd

Uit WikiWoordenboek
  • zwoerd
  • dialectisch Hollandse vorm van Middelnederlands swarde, swaerde, uit Germaans *swardu- m, vergelijk Oudijslands, Oudnoords svǫrðr, Engels sward, Duits Schwarte
  • In de betekenis van ‘spekrand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zwoerd zwoerden
verkleinwoord zwoerdje zwoerdjes

het zwoerd o

  1. harde buitenste laag van spek, ontstaan uit de huid van het varken
    • Ik houd van zwoerdjes! 
87 %van de Nederlanders;
84 %van de Vlamingen.[2]