zwijgrecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwijg·recht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwijgrecht zwijgrechten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwijgrecht o

  1. (juridisch) het recht om geen verklaring af te hoeven leggen, m.n. van een verdachte
    • Hij beriep zich op het zwijgrecht. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be