zwevend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·vend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zwevend zwevender zwevendst
verbogen zwevende zwevendere zwevendste
partitief zwevends zwevenders -

Bijvoeglijk naamwoord

zwevend

  1. schommelend, hangend, verend
    • Er zijn zwevende kiezers die niet steeds op dezelfde partij stemmen. 

Werkwoord

vervoeging van
zweven

zwevend

  1. onvoltooid deelwoord van zweven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.