zwermen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwer·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwermen
zwermde
gezwermd
zwak -d volledig

Werkwoord

zwermen

  1. in een zwerm vliegen
    • De wespen zwermden samen in het rond. 
  2. zwerven, doelloos rondlopen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

zwermen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zwerm

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.