zwerfvogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwerf·vo·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwerfvogel zwerfvogels
verkleinwoord zwerfvogeltje zwerfvogeltjes

Zelfstandig naamwoord

zwerfvogel m

  1. (dierkunde) een vogel die rondzwerft buiten het broedseizoen
    • In tijden van droogte is de zebravink een zwerfvogel. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.